Artrose is geen slijtage en bewegen helpt
“Je gewrichten zijn versleten.” Het is een zin die veel mensen met artrose te horen krijgen. En hoewel dat begrijpelijk klinkt, klopt het niet. Artrose is geen kwestie van te veel bewegen of een versleten fietsband die je moet sparen. Integendeel: bewegen is juist een van de beste dingen die je kunt doen. In dit artikel lees je wat artrose werkelijk is, welke rol bewegen speelt, en hoe fysiotherapie kan helpen.
Hoe vaak komt artrose voor?
Artrose is een van de meest voorkomende aandoeningen in Nederland. In 2024 waren er naar schatting 1,7 miljoen mensen met artrose bekend bij de huisarts, de meesten met knieartrose. En het aantal stijgt: volgens het RIVM wordt verwacht dat dit in 2050 oploopt naar 3 miljoen mensen, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2022 .
Vrouwen krijgen vaker artrose dan mannen, en de kans neemt toe met de leeftijd. Maar artrose is geen aandoening die alleen bij hoogbejaarden voorkomt, ook mensen van veertig of vijftig kunnen er al mee te maken krijgen.
Wat is artrose eigenlijk?
Het hardnekkige misverstand is dat artrose ontstaat doordat je gewrichten mechanisch slijten, zoals een autoband die op is. Maar dat beeld klopt niet. Hoogleraar Peter van der Kraan (Radboud UMC) legt het anders uit: artrose is een natuurlijk verouderingsproces dat samenhangt met je biologische leeftijd, niet met hoeveel je beweegt.
Een opvallend bewijs daarvoor: artrose komt voor bij alle gewervelde dieren, ook bij vissen en walvissen, die hun gewrichten nauwelijks belasten. Het gaat dus niet om mechanische overbelasting.
Wat er bij artrose wél gebeurt: bepaalde cellen in het kraakbeen gaan zich anders gedragen. Ze beginnen bot te vormen op plekken waar dat niet hoort, iets wat normaal alleen plaatsvindt bij botgroei of na een breuk. Dit proces geeft op zichzelf geen klachten. Pijn en stijfheid ontstaan later, wanneer er ook ontsteking in het gewricht optreedt.
Bewegen beschermt je kraakbeen
Hier zit een belangrijk keerpunt: voor kraakbeen geldt hetzelfde als voor spieren, gebruik maakt sterk. Kraakbeen dat niet belast wordt, verdwijnt juist sneller. Wanneer je beweegt, maakt je lichaam een stof aan die de ongewenste botvorming in het kraakbeen blokkeert. Met andere woorden: bewegen houdt je kraakbeen gezond.
Hoe ouder je wordt, hoe minder goed dit beschermende mechanisme vanzelf werkt en dus hoe belangrijker het is om actief te blijven.
Andere factoren die een rol spelen
Naast biologische leeftijd zijn er meer factoren die artrose kunnen beïnvloeden:
Overgewicht en stofwisselingsproblemen kunnen ontstekingen in het lichaam veroorzaken, waardoor je lichaam sneller veroudert. Opvallend: mensen met overgewicht krijgen vooral artrose in handen en knieën, niet per se in de zwaarst belaste gewrichten. Ook dit laat zien dat het niet om puur mechanische slijtage gaat.
Gewrichtsblessures zoals een gescheurde kruisband verhogen de kans op artrose. Dit heeft te maken met de ontsteking die bij zo’n blessure optreedt, niet met overbelasting tijdens het herstel.
Erfelijkheid speelt ook een rol. In sommige families komt artrose vaker voor, soms al op jongere leeftijd en in meerdere gewrichten tegelijk.
Pijn zegt niet alles
Een röntgenfoto laat zien hoeveel kraakbeenschade er is, maar dat zegt verrassend weinig over hoeveel pijn iemand ervaart. Sommige mensen hebben weinig zichtbare schade en toch veel klachten, anderen hebben meer schade en amper last. Pijn is persoonlijk, en wordt beïnvloed door veel meer factoren dan alleen de gewrichtsschade.
Wat kun je zelf doen?
Het belangrijkste advies: blijf bewegen. Je hoeft geen zware trainingen te doen of naar de sportschool. Regelmatig in beweging blijven is genoeg. Wandelen, fietsen, zwemmen, tuinieren; alles wat je in beweging brengt, helpt.
Heb je al artrose? Dan mag je gewoon blijven bewegen. Je gewrichten slijten niet door normale beweging. Integendeel: bewegen helpt klachten te verminderen. Bouw je activiteiten rustig op en houd vol. Na verloop van tijd merk je vaak dat je minder pijn hebt en soepeler beweegt.
Hoe kan een fysiotherapeut helpen?
Bij artrose is fysiotherapie vaak de eerste en beste stap. Een fysiotherapeut helpt je om veilig en gericht te bewegen, ook als dat door pijn of stijfheid lastig voelt. Wat een fysiotherapeut voor je kan doen:
- Een beweegprogramma op maat maken, afgestemd op jouw gewrichten en klachten
- Je begeleiden bij het rustig opbouwen van activiteit
- Advies geven over hoe je dagelijkse bewegingen het beste kunt uitvoeren
- Helpen bij het verminderen van pijn en het verbeteren van je beweeglijkheid
- Uitleggen wat artrose is en wat je wél en niet kunt verwachten
Volgens de stepped care-benadering (omarmd door patiënten, zorgverleners én zorgverzekeraars) hoort iemand met knie- of heupartrose eerst een conservatieve behandeling te krijgen, waaronder fysiotherapie, voordat wordt doorverwezen naar een medisch specialist of operatie. Toch wordt deze aanpak in de praktijk nog te weinig ingezet. Kom je bij de huisarts met artroseklachten, vraag dan gerust om een verwijzing naar de fysiotherapeut.
Artrose is niet het einde van een actief leven. Het is een aandoening waarbij je lichaam verandert, maar waarbij jij zelf veel invloed hebt op hoe je je voelt. Blijven bewegen, ook als het soms pijn doet, is de beste investering in je gewrichten. Begin klein als dat nodig is, vraag begeleiding en wees geduldig met jezelf.
Heb je vragen over artrose of wil je weten wat een fysiotherapeut voor jou kan betekenen? Neem gerust contact met ons op.
