De stadia van perifeer arteriëel vaatlijden

De stadia van perifeer arteriëel vaatlijden

Perifeer arteriëel vaatlijden (PAV) is niet voor iedereen hetzelfde. De klachten kunnen heel mild zijn, of juist heel ernstig. Artsen delen PAV daarom in stadia in. Hoe verder het stadium, hoe ernstiger de klachten en hoe kleiner de loopafstand. In dit artikel lees je wat de verschillende stadia betekenen en wat je in elk stadium kunt doen.

Artsen gebruiken de indeling van Fontaine, een veelgebruikt systeem met vier stadia, om de ernst van perifeer arteriëel vaatlijden te beschrijven. Hieronder vind je wat elk stadium inhoudt.

Stadium I — Geen klachten

In het eerste stadium is er al slagaderverkalking aanwezig in de slagaders van de benen, maar je merkt er nog niets van. Perifeer arteriëel vaatlijden kan asymptomatisch zijn: de vernauwing bestaat, maar geeft nog geen klachten. 

 

Dit stadium wordt vaak toevallig ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een onderzoek voor iets anders. Toch is het belangrijk om er aandacht aan te besteden, want zonder aanpak van de risicofactoren kan de aandoening verder verergeren.

 

Wat kun je doen?
Leefstijl aanpassen is in dit stadium al zinvol: stoppen met roken, gezonder eten en meer bewegen kunnen de slagaderverkalking vertragen.

Stadium II — Etalagebenen (claudicatio intermittens)

Het meest voorkomende symptoom van perifeer arteriëel vaatlijden is claudicatio intermittens, in de volksmond etalagebenen genoemd. De pijn treedt op tijdens het lopen en verdwijnt vrijwel volledig binnen tien minuten rust.

 

De meeste mensen met PAV zitten in stadium II. Vroege herkenning en behandeling in dit stadium kan voorkomen dat de aandoening verergert naar de ernstiger stadia.

 

Binnen stadium II maken artsen nog een onderscheid:

  • Stadium IIa: Claudicatio intermittens met een loopafstand van meer dan 100 meter. De klachten zijn aanwezig maar relatief mild.
  • Stadium IIb: Claudicatio intermittens met een loopafstand van minder dan 100 meter. De beperkingen in het dagelijks leven zijn groter.

Wat kun je doen?
Dit is het stadium waarin de fysiotherapeut een grote rol speelt. Met gesuperviseerde looptherapie verbeter je de loopafstand, je uithoudingsvermogen en je kwaliteit van leven, zonder operatie.

Stadium III — Pijn in rust

In stadium III is de vernauwing zo ernstig geworden dat je ook zonder te lopen pijn hebt. Er is sprake van pijn in rust of trofische stoornissen: de doorbloeding schiet ook in ruststand tekort. De pijn zit vaak in de voet of de tenen en is het ergst ’s nachts of als je het been omhoog houdt. Sommige mensen slapen met hun been over de rand van het bed hangen, omdat de zwaartekracht dan iets helpt. Dit stadium vraagt om snelle medische aandacht. Naast de fysiotherapeut is ook een vaatspecialist of vaatchirurg betrokken bij de behandeling.

 

Wat kun je doen?
Zelf verdergaan met bewegen is in dit stadium minder vanzelfsprekend. Overleg met je behandelend arts en fysiotherapeut over wat nog verantwoord is.

Stadium IV — Wonden en weefselsterfte (kritieke ischemie)

In stadium IV is er sprake van kritieke ischemie: er ontstaan wonden, necrose of gangreen. De doorbloeding is zo slecht dat weefsel afsterft. Wonden aan de voeten of benen genezen niet meer vanzelf.

 

Kritieke ischemie heeft een amputatierisico van 30 procent en een sterftekans van 25 procent binnen één jaar. Dit is een ernstige medische situatie die directe behandeling vereist, meestal in het ziekenhuis.

 

Wat kun je doen?
Neem bij niet-genezende wonden aan de voeten of benen altijd direct contact op met je huisarts of specialist. Na een ziekenhuisbehandeling kan de fysiotherapeut helpen bij het herstel.

Wanneer moet je naar de fysiotherapeut?

De fysiotherapeut speelt de grootste rol in stadium II — de fase van etalagebenen. Door gesuperviseerde looptherapie kun je in dit stadium veel winnen: een langere loopafstand, minder pijn, een betere conditie en een gezondere leefstijl. Daarmee verklein je ook de kans dat de aandoening verder verergert.

 

In stadium III en IV is altijd medisch-specialistische zorg nodig. Na een operatie of dotterbehandeling kan de fysiotherapeut helpen bij het revalidatietraject.

Bij RoerMotion werken gespecialiseerde hart-, vaat- en longfysiotherapeuten. Of je nu net de diagnose etalagebenen hebt gekregen of al langer klachten hebt, we helpen je graag verder. Neem contact met ons op voor een afspraak of meer informatie.

Scroll naar boven